… / Nederland / Nederlandse pers / 1899–1904 / Turksche toestanden
Algemeen Handelsblad, 16 oktober 1901
Bron: Delpher
Turksche toestanden
Omtrent de woelingen aan de Turksche
grenzen wordt uit Weenen aan het "Berl.
Tageblatt" gemeld: Voortdurend komen gewelddadigheden
voor van Albaniërs tegen
Serben. De beruchte Azir uit Gostinof ontvoerde
een zevenjarig knaapje en leverde
hem eerst uit na betaling van een losgeld
van 55 Turksche ponden. Dezelfde Azir had
15 Christenen aangevallen in de nabijheid
van het dorp Dou en hen volslagen uitgeplunderd,
waarbij hij tevens drie kinderen
roofde, waarvoor hij een losgeld van 30
Turksche ponden voor elk kind eischte.
In het dorp Lazaro hebben Albaneesche
soldaten twee jonge meisjes met geweld gedwongen
zich tot den Islam te bekeeren.
De bekende roover Muharem uit Dunja
eischte een bedrag van 600 Turksche ponden
van de dorpen Dubostsji, Wraptsjistse en
Galanta, met bedreiging ze bij weigering in brand te steken.
De Servische Regeering heeft zich bij de
Porte ernstig tegen deze handelingen, door
Turksche onderdanen in Servische grensplaatsen
bedreven, beklaagd, en verzocht den
Porte maatregelen te nemen om aan dien toestand
van regeeringloosheid in Albanië een
einde te maken.
Ook in Armenië is de toestand opnieuw
zeer ernstig. Zooals wij reeds mededeelden
hebben Koerden in Juni het Armenische dorp
Moghunk in het Sandsjak Moesj geplunderd
en verbrand om den moord op den Kurdischen
hoofdman Sjerif Aga te wreken, die
naar zij beweerden door de Armeniërs zou
gedood zijn.
De Russische consul, die uit Van naar
Moesj werd gezonden om een onderzoek in
te stellen, meldt in zijn rapport aan den gezant
Sinowjef te Konstantinopel: Ik heb
niet kunnen ontdekken, of de bedoelde Sjerif
Aga vermoord is, maar wel heb ik gezien
dat de Koerden in het Sandsjak Moesj
in den laatsten tijd op aan vreeselijke wijze
tegen de Armeniërs hebben huis gehouden.
In de stad Moesj is nog geen enkele moord
voorgekomen, maar zij is ook geheel omsingeld
door gendarmen en troepen.
Er is een Turksche commissie aangewezen
om de tallooze gewelddadigheden die in het
Sandsjak voorgekomen zijn te onderzoeken.
Doch overal vernam ik de klacht, dat die
commissie zeer partijdig optrad, en dat zij
zich niet ontziet Armenische landloopers
om te koopen en hen dan als burgemeesters
en notabelen verklaringen laat afleggen ten
gunste der Koerden en tegen hunne eigen
landgenooten.
In Armenische kringen vreest men, dat
het gevolg van deze Turksche enquête zal
zijn de instelling van een buitengewoon gerechtshof
om "ongewenschte" Armeniërs
uit de wereld te helpen.
Hoe moet, blijkens deze mededeelingen
van den Amerikaanschen consul, een groot
genot zijn tot de Christelijke onderdanen van
den "Beheerscher der Geloovigen" te behooren!
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

