… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / De nood der Assyrische christenen
Algemeen Handelsblad, 24 februari 1925
Bron: Delpher
De nood der Assyrische christenen
De Assyriërs, een christenvolk in Mesopotamië. – De vervolgingen
der Mohammedanen. – Eertijds een millioenenvolk,
nu een kleine stam. – De Mosoel-quaestie. – Het noodlot
der Assyriërs, – Dorstend naar onafhankelijkheid en vrijheid
van godsdienst. – Hun geloof.
's-Gravenhage, 22 Febr.
Malik Khalil, secretaris van de Assyrische
delegatie bij (niet "van") den Volkenbond.
Daar zat hij tegenover me, voor den eten,
in de rumoerige hal van zijn hotel, rustig
pratend over zijn volk, zijn geloof, zijn zending
in de Westersche wereld. Een jonge
man nog, met beschaafde, scherpe trekken,
donker uiterlijk, zware borstelige wenkbrauwen,
prachtig blauwzwart haar, in
zware golven naar achteren getrokken. Op
de fotopagina vindt men zijn conterfeitsel
in vaderlandsch costuum, maar tegenover
ons zat hij in een Europeesch colbertje. We
zouden hem voor een gewonen Europeaan
hebben kunnen houden, maar dan van een
erg zuidelijk type.
Hij vertelde, dat hij naar Europa gekomen
was (met zooveel anderen), om de belangen
van zijn volk bij den Volkenbond te bepleiten,
doch tevens om de hulp der Europeesche
christenen in te roepen voor de Assyrische
christenen. Want zijn volk is een christenvolk,
het is het geweest van den tijd der
prediking der apostelen af. Met een zekeren
trots zei hij het, dat zijn volk eigenlijk het
eerste christenvolk van beteekenis was. En
zooals later bleek uit ons gesprek met hem,
heeft zijn volk geen Reformatie gekend. Het
is pure protestantist (de term gaat in dit
geval dan ook niet op), het was het en het
is het, van de prediking van den apostel
Thomas in het oude Koninkrijk der Assyriërs
af tot nu toe, ondanks de verschrikkelijke
vervolgingen, waaraan het heeft bloot
gestaan zoowel van de zijde der ruwe nomaden,
de Koerden, als van de Turken. Het is
een millioenenvolk geweest, het Assyrische
volk, maar na zijn kerstening scheen het gedrukt
te gaan onder een noodlot van vervolgingen.
Het werd uitgedund, verstrooid. En
nu wist Malik Khalil met een 40.000 vluchtelingen,
die in den Kaukasus vertoeven, en
een 60.000 bewooners van het Assyrische land
in Koerdistan zelf, tot een schamel totaal
van 100.000 Assyrische christenen te komen,
ongerekend dan de tienduizendtallen vluchtelingen,
die, verstrooid over den aardbodem,
in Amerika, Europa, Afrika en Azië
leven, wachtend tot zij in hun land kunnen
terugkeeren.
Hun land? We bogen over een kaart,
waarop het vilajet Mosoel (de hoofdstad ligt
aan den Tigris), van het voormalige Turksche
keizerrijk stond aangegeven. Van dit
vilajet vormt het Assyrische land, waarop de
honderdduizend Assyriërs onafhankelijk en
rustig verlangen te leven, een klein onderdeel.
Het vilajet Mosoel beslaat in zijn geheel
een oppervlakte van ongeveer 78.000 m²
en is maar bevolkt met een zielental van
295.000 Koerden, Turken en Assyriërs. Vóór
den grooten oorlog hadden de laatstgenoemden
onder de meerderheid der overigen een
dragelijk bestaan, maar de oorlog bracht
hen, als Christenen, aan de zijde van de geallieerden,
tegen de Mohammedanen in het
veld. Zij vochten dapper en slaagden er ten
slotte in hun Assyrische land, in het Noorden
van het vilajet Mosoel gelegen, door een
bergketen Djebel Makboel van de rest van
het oude Turkije gescheiden, ongestoord bezet
te houden in de jaren '16, '17 en '18, in
welke jaren zij een onafhankelijke Assyrisohe
republiek vormden. Maar het vredesverdrag
van Sèvres, dat na die jaren volgde, bleek
van porselein. De Turken vochten met de
Grieken nog een apart oorlogje uit, waarop
het verdrag van Sèvres vervangen werd door
dat van Lausanne, hetwelk één punt ongeregeld
liet: de vraag, of het vilajet Mosoel
(met het Assyrische land) tot Turkije of tot
het nieuwe koninkrijk Irak zou behooren,
welk koninkrijk onder Britsch protectoraat
staat. Engeland meende, dat het daaronder
moest blijven. En het voorloopig einde van
de behandeling der Mosoel-quaestie in den
Volkenbond was, dat onder den tot nader
order te handhaven "status quo" door beide
partijen werd verstaan, dat Engeland ten
tijde van het vredesverdrag van Lausanne
het vilajet militair bezet hield en er dus in
mocht blijven. Maar een speciale commissie
van den Volkenbond moet nu definitief uitmaken,
aan welke mogendheid het ten slotte
moet komen. De drie leden dezer commissie,
vertelde Maiik Khalil, vertoeven op het
oogenblik in Mosoel, om de quaestie van
nabij te bestudeeren. Dat is zoo eenvoudig
niet en ook niet zoo onbelangrijk, al vormt
het vilajet een woest, verlaten bergland,
want in de eerste plaats schijnt er ... petroleum
gevonden, terwijl de bodem ook andere
mineralen rijk is, en in de tweede plaats
wenscht een christenvolk van honderdduizend
Assyriërs niet opnieuw te worden ingelijfd
in een Mohammedaansch rijk, waarvan
het in den loop der eeuwen op vreeselijke
wijze heeft te lijden gehad. Het wenscht volkomen
onafhankelijkheid, die ook vrijheid
van godsdienst waarborgt, of, als het niet
anders kan (en dat zal wel niet), een onafhankelijkheid
onder protectoraat van een
christelijke mogendheid, welke in dit geval
Engeland zal wezen. De Assyriërs, die in
Europa huizen, vooral Malik Khalil en de
zijnen, die veel in de omgeving van den Volkenbond
hebben vertoefd, ijveren nu gestadig
te Genève en overal, waar zij dit nuttig
vinden, voor de erkenning hunner belangen,
voor hun recht op onafhankelijkheid, op vrijheid
voor hun echt christelijken godsdienst,
zooals Malik Khalil zeide. "C'est au nom du
Christianisme et de l'Humanité que nous
vous supplions d'écouter notre prière",
schreven de lastgevers der Assyrische delegatie
in hun laatsten brief aan Genève. En
nu wachten ze maar op den uitslag van het
onderzoek der Volkenbondscommissie over
"Mosoel", met welken uitslag ook hun lot
bezegeld worden zal. "Als het vilajet en het
Assyrische land weer aan Turkije toegewezen
zouden worden, dan zou dat onze blijvende
ballingschap, onze verdere verstrooiing
over de aarde beteekenen", zei Malik Khalil
weemoedig, "want onder de Turken willen
we niet meer terug. Zij zouden ons heelemaal
uitmoorden".
Vreeselijk waren de verhalen, die Malik
Khalil ons liet lezen over de vervolgingen
der Assyriërs door Turken en Koerden. In
den grooten oorlog hebben zij ontzettend geleden,
in den Grieksch-Turkschen oorlog,
die er op volgde, wellicht nog meer. Geloofshaat
heeft de Mohammedanen tegenover
de christenen van Assyrië gebracht tot
de ergste wreedheden. In 1922 nog werden
duizenden vermoord, kinderen voor de oogen
der moeders in stukken gesneden ... Op het
oogenblik verkeeren tienduizenden in nood,
in den Kaukasus en in de omstreken van
Mosoel. Het is om den nood van deze ballingen
te lenigen, dat Malik Khalil het
tweede deel van zijn zending in Europa vervult.
Hij vraagt financieele hulp voor de
hoogst noodige levensbehoeften zijner verspreide
geloofsgenooten. De aartsbisschop
van Canterbury heeft in Engeland een fonds
voor dit doel gevormd, dat goed gesteund
wordt. Malik Khalil probeert in ons land
een afzonderlijk fonds op te richten. Hij
hoopt op den steun der Nederlandsche protestanten,
wier voorvaderen om den geloofswille
nog niet zooveel hebben behoeven te
lijden als deze Assyrische christenen onder
de vervolgingen der meedoogenlooze Mohammedanen.
Wij hebben nog lang met den sympathieken
Oosterling zitten praten, waarbij hij,
op onze vragen, ook van zijn geloof vertelde.
Zijn de Armenische en Chaldeesche christenen
meer verwant aan de roomschen, de
Assyriërs zijn zuivere protestanten (om die
aanduiding, gemakshalve, maar weer te gebruiken).
Hun geloof is gegrondvest op het
Nieuwe Testament. Zij gelooven aan Christus
als Zoon Gods, maar niet aan Maria als
moeder Gods, doch als moeder van den
mensch Jezus. Zij kennen geen liturgie, doch
een eenvoudige Zondagsche godsdienstoefening
met predikbeurt en – op gezette tijden
– Avondmaal. Zij kennen geen heiligen,
noch stoffelijke uitbeeldingen van goddelijke
dingen, maar vereeren de apostelen als de
eerste predikers van Jezus' woord, als de
grondleggers van hun christelijken, in den
loop der eeuwen na Christus onveranderd
gebleven, godsdienst, voor welken zij hebben
geleden en dien zij als vrije menschen
willen belijden. Zij hopen, dat zij bij hun
geloofsgenooten in Europa niet vergeefs om
hulp zullen aankloppen voor hun lijdende
broeders en zusters.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

