… / Nederland / Nederlandse pers / 1894–1898 / Buitenlandsch overzicht
Algemeen Handelsblad, 28 december 1894
Bron: Delpher
Buitenlandsch overzicht
De Turksche regeering heeft hare goedkeuring
gehecht aan de instructies van den
Britschen, den Franschen en den Russischen
consul, die de Turksche commissie zullen
vergezellen bij haar onderzoek naar de Armenische
gruwelen. Zij heeft den Turkschen
leden de noodige aanwijzingen gegeven met
betrekking tot de taak der buitenlandsche afgevaardigden.
Dezen zullen niet alleen de
bevoegdheid hebben bepaalde vragen voor te
stellen, zij mogen ook de processen-verbaal
onderzoeken.
Nu de sultan geweigerd heeft den Amerikaanschen
consul Jewett vergunning te geven
de commissie te vergezellen, zullen de V.S.
aan het onderzoek hoogstwaarschijnlijk niet
deelnemen.
Volgens een bericht aan de Times wacht
de commissie nog slechts op de buitenlandsche
gedelegeerden om hare taak te beginnen.
Men kan dus verwachten, dat na afloop van
het onderzoek de waarheid omtrent de gepleegde
gruwelen in haar vollen omgang luikend
zal worden.
Wat bij het onderzoek ook aan het licht
moge komen, men dient met zijn oordeel over
de soldaten, die de gruwelen gepleegd hebben,
voorzichtig te zijn. In Turkije zijn de toestanden
zoo geheel anders als bij ons. Een
correspondent van de St. James Gazelle,
iemand, die jaren lang onder de Armeniërs
heeft gewoond, schrijft over de toestanden
in Turksch Armenië het volgende:
"In Oostersche rijken wordt iemand, die weigert
zijn belasting te betalen, als een verrader beschouwd
en zonder onderscheid van godsdienst ook als zoodanig
behandeld. De Armeniër in Turkije zint altijd op
verraad, hij ruit steeds zijn geloofsgenooten op en
weigert voortdurend de belastingen te betalen, die
den Mahomedanen zoowel als den Christenen opgelegd
zijn. De ruwe wijze waarop de weigerachtige
belastingschuldigen behandeld worden, het in brand
steken der huizen en plunderen der voorraadsschuren,
is in alle Mahommedaansche landen een gewoonte.
"De Armenische soldaat gelooft bovendien, dat hij
met een vijand mag doen wat hij wil. Hij krijgt
weinig of geen soldij, maar plundert zooveel hij kan.
Hij doodt allen die hem weerstaan, ongeacht hunne
sekse. Maar voor algemeene moorden op bevel der
overheid is de tijd voorbij."
Er zou dus geen sprake van zijn, volgens
dezen correspondent, dat de overheid de gruwelen
bevolen zou hebben. De soldaten die
de gruwelen gepleegd hebben zijn ruwe barbaren,
zij weten eigenlijk niet beter of het behoort
zoo. En de Armeniërs zouden zich volgens
Oostersche begrippen schuldig hebben gemaakt
aan een der zwaarste misdaden, aan hoogverraad.
Dat alles kan waar zijn, maar het neemt
niet weg, dat de boven geschilderde afgrijselijke
toestanden zijn blijven bestaan en een
reeks gruweldaden hebben mogelijk gemaakt,
die Europa met ontzetting hebben vervuld.
En daarvan dragen zij de schuld, die zorg
hadden moeten dragen, dat de toestanden in
Turksch-Armenië meer in overeenstemming
kwamen met den tegenwoordigen tijd.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

