… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / Het edele kaatsspel
Algemeen Handelsblad, 8 februari 1919
Bron: Delpher
Het edele kaatsspel
(Van onzen medewerker te Lausanne).
2 Februari.
Onder dezen zelfden titel deelde ik verleden week
eenige bijzonderheden mede betreffende het lot
van Armenië, bijzonderheden mij verstrekt van
eene zijde persoonlijk bij het geval betrokken.
Men vestigt thans mijn aandacht op het verloop
van dit spel, dat zijne beëindiging schijnt
te naderen, dank zij de talenten van Britannië's
grooten compromis-staatsman, Lloyd George.
Want wel is het waar, dat het voorstel betreffende
het lot der Duitsche koloniën en van
het Turksche gebied ter tafel gebracht werd
door den Amerikaanschen president, doch het
is evenzeer waar, dat zonder Lloyd George's
bemiddeling er niets van terecht zou zijn gekomen.
Frankrijk vreesde zijne traditioneele
positie in het Naaste Oosten te zullen verspelen,
welke het bij het verdrag van 1916 nog
versterkt meende te hebben. En Italië voorzag
de mislukking van heel zijn verouderde imperialistische
politiek. Lloyd George echter heeft
door Wilson's zjjde te kiezen en namens Engeland
zich uit te spreken voor eene zelfverloochenende
en vertrouwenwekkende koloniale
politiek, de Fransche regeering wel gedwongen
het nobele voorbeeld der Engelschsprekende
staten te volgen. En wat Italië betreft ... Farà
da se, natuurlijk! Doch het moet dan maar
zien, wat van zulk een politiek onder de nieuwe
bedoeling de gevolgen zullen zijn.
Wel is het overigens met de koloniale
quaestie nog niet alles botertje tot den boom.
Maar dat betreft uitsluitend die koloniale gebieden,
welker inboorlingen nog niet in staat
zijn hunne eigene politiek te bepalen. Daar
geeft de socialist (!!) Hughes den grootsten
last door Duitsch-Nieuw-Guinea voor Australië
op te eischen. Trouwens op grond van Wilsons
mandaat-voorstel is deze zaak waarschijnlijk
wel te regelen.
Wat evenwel het heugelijkste is, wat ons den
meesten moed geeft bij het ingaan eener nieuwe
periode is het succes, dat Wilsons voorstel
dank zij de houding van Engeland's premier gehad
heeft ten opzichte der mondige volken,
zooals Armenië, ten opzichte ook van Arabië,
Syrië en Palestina, en misschien van Mesopotamië.
Zelfs de eerst wel wat onthutste
Fransche pers schijnt zich thans te zullen nederleggen
bij de politiek van zelfverloochening
over en weder, welke Engeland voorstaat, en
welke een einde zoude maken aan het politieke
kaatsspel met menschenrechten en volkenrechten,
dat ons kleine staten zoo bedroefde
en bedreigde, en dat de maximen der nieuwe
aera zoo onwaardig was.
En boven alles verheug ik mij er over, dat
Armenië, het zoo wreed geplaagde en toch zoo
volhardende, nu het recht zal hebben desgewenscht
volkomen onafhankelijkheid te eischen.
Niet ten onrechte wees men mij in leidenden
Armenischen kring op het treffende feit, dat
de nieuwe bedeeling, dat het gloren van den
nieuwen, den hoopvollen, den beteren dageraad
samenvalt met het feit, ja afhankelijk
blijkt van het feit, dat Armenië voortaan niet
langer de kaatsbal zal zijn in het spel der
Europeesche "Realpolitiker", en dat zoodoende
van zelf die Ooster quaestie is opgelost, welke
voor ons werelddeel tot zulk eene catastrophe
is geworden.
Hadde Europa slechts eerder aangedurfd
naar eer, eerlijkheid en recht te handelen. Wie
onrecht zaait zal bittere oogsten oogsten.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

