… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / Het lot van Smyrna
De Standaard, 19 september 1922
Bron: Delpher
Het lot van Smyrna
Smyrna heeft feitelijk ongehouden te bestaan, zoo verneemt de Times. De geheele stad, met
uitzondering van de Turksche wijk en eenige huizen bij den Kassamba-spoorweg, is uitgebrand.
Het is nog niet mogelijk geweest het aantal slachtoffers te schatten, doch volgens John Manola,
het hoofd van het Amerikaansche hulpcomité, bedraagt het wel 120.000 personen.
In de haven drijven de lijken van honderden menschen, die vermoord zijn, en aan de kade verdringen
zich duizenden, in de hoop op een schip de wijk te kunnen nemen.
Zooals men weet, is de Europeesche wijk een prooi der vlammen geworden. Het vuur beperkt zich
echter niet tot Smyrna alleen, maar heeft ook de voorsteden Burnabat en Buja, waar de Britten
voornamelijk wonen, aangetast. Volgens ooggetuigen zouden de Turksche troepen feitelijk maar twee
dagen na de bezetting der stad de discipline hebben gehandhaafd. Daarna zijn ze eensklaps aan het
plunderen en moorden geslagen.
De Daily Chronicle vat de verschillende telegrammen over de tooneelen in het brandende
Smyrna als volgt samen:
Vluchtelingen zeggen, dat de Kemalisten niemand spaarden, behalve de mohammedanen en joden.
Moord en brandstichting waren aan de orde van den dag en geschiedden door ploegen met Turksche
officieren aan het hoofd. Soldaten en burgers plunderden de huizen en winkels en staken ze daarna
in brand. Verminkte en verbrande lijken vond men overal en de atmosfeer was vergiftigd door de
lucht van verbrand vleesch, welke uit de puinhoopen opsteeg. Vrouwen en kinderen werden naar de
buitenwijken gesleurd en daar vermoord. Sinds Donderdag zijn er te Smyrna geen Armeniërs meer gezien.
Enkelen hebben zich ongetwijfeld verstopt, doch men vreest, dat tot zelfs kinderen toe vermoord zijn.
De kade, waarop de van schrik bevangen en sidderende vluchtelingen bijeengebracht werden, leverde
den meest jammerlijken aanblik op, dien men zich kan voorstellen. Van alle kanten klonken het gekerm
en de doodskreten van de gewonden en stervenden, en allen leden van den honger en de dorst.
Het aantal booten en lichters om de vluchtelingen naar de gereedliggende schepen te brengen was
onvoldoende, en menigeen, die trachtte zwemmende een der schepen te bereiken, verdronk of werd van
de kade af doodgeschoten. Verscheidene vluchtelingen, vooral vrouwen, verloren het verstand.
Het is onmogelijk het aantal dooden vast te stellen, doch de laagste schattingen van de
vluchtelingen beloopen toch nog het cijfer 120.000. Tal van Grieken en Armeniërs zijn op de plaats
doodgeschoten, onder beschuldiging van hulpverleening aan het Grieksche leger of van het bedrijven
van denkbeeldige misdaden.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

