… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / De nood in het nabije Oosten
Het Vaderland, 19 februari 1930
Bron: Delpher
De nood in het nabije Oosten
Over bovenstaand onderwerp zal namens
het Nederlandsch Comité der Action Chrétienné en
Oriënt mej. Cato de Witte een
lezing met lichtbeelden houden in een zaal
van het hotel Kasteel Oud-Wassenaar, op
Donderdag 20 Februari a.s., des avonds 8
uur. Toegang gratis.
Wij willen gaarne het doel van deze lezing
even nader toelichten. Dat doel is het opwekken
tot steunverleening. Waarom ? Hebben
wij al niet reeds genoeg te doen met alle
hulpbehoevenden in ons eigen land? Zeker.
Maar hier betreft het iets, waaraan ieder
mensch, ieder land behoort mede te werken en
wel omdat het hier gaat over de
lijdensgeschiedenis van 't Armeensche volk.
Omdat van dit volk, dat eeuwen geleden
30.000.000 zielen groot was, er in 1915 nog
slechts ongeveer twee en een half millioen
waren overgebleven. Omdat van deze
2.500.000 in de jaren 1915-1916 door de
Mahomedanen nogmaals meer dan een millioen
werden verbrand, verdronken, levend
begraven, aan den hongerdood werden prijsgegeven
enz., want het zijn "giaour" (christenhonden).
Het gerucht van de verschrikkelijke tooneelen,
welke zich, ook in den naoorlogs-tijd
in Aziatisch Turkije afspeelden, is niet
alleen ook tot in ons land doorgedrongen,
maar heeft zich met bewijzen bevestigd. En
hierover spreekt mej. de Witte, die de ziel
van het hulpwerk hier te lande is, met
groote kennis van zaken.
Het doel der Turken is en was altijd door
systematische uitmoording zich te ontdoen
van het overschot van dit volk, dat het
ongeluk had Christenen te zijn te midden
van een fanatieke Mohammedaansche wereld.
De ondenkbaarste martelingen werden daarbij
uitgedacht en het aantal slachtoffers,
dat stierf onder duldelooze pijnen, is
legio. Bijna 100.000 vrouwen en meisjes
werden aan niet te noemen kwellingen onderworpen
en als de slavinnen van haar
beulen (de meesten zijn het nog) weggevoerd.
De rest werd omgebracht. In kudden
van tienduizenden werden zij uit hun
bergen verdreven naar de gloeiende vlakten;
wie niet mee kon, werd afgeslacht. En
als men geen raad meer met de menschenmassa's
wist, dreef men ze in nauwe dalen
bijeen, schoot er in het wilde op los, of
men liet ze verdorsten in de woestijn.
Thans is men er in geslaagd, op eenige
honderdduizenden na, de oorspronkelijke
bevolking des lands van den aardbodem te
doen verdwijnen. Deze weinigen zijn als
door een wonder ontkomen en naar alle
windstreken verstrooid, echter, zonder
middelen van bestaan, familie of vrienden, ziek
van de doorgestane ellende, de meegemaakte
afschuwelijkste tooneelen en de nog steeds
voortdurende ontberingen.
In verreweg de meeste landen ziin thans
comité's. opgericht om dezen ongelukkigen
de helpende hand te reiken. Een van deze is
de Action Chrétienne en Oriënt (directeur
dr. Paul Berron te Straatsburg, die zelf ook
reeds lezingen in ons land gehouden heeft).
De A.C.O. heeft zich het lot van de vele
Armeensche vluchtelingen in Syrië aangetrokken.
Op allerlei wijze wordt hulp verleend.
Door het in Europa verkoopen van
de fraaie handwerken worden honderden
vrouwen en meisjes in staat gesteld een
karig stuk brood te verdienen, voorts zijn er
een weverij, een school en een hospitaal
opgericht. Aan de allerarmsten wordt warme
winterkleeding (ontvangen uit Europa) en
voedsel uitgereikt. Gebruikte kleeding en
schoeisel, mits in goeden staat, wordt gaarne
en dankbaar in ontvangst genomen door
mej. Ina Moquette, Laan Copes 64, Den
Haag.
De beste en meest afdoende hulp wordt
wel gebracht door de pleegouders. Zij
bouwen mede de toekomst op voor dit
hard-verdrukte en toch zoo begaafde en
energieke volk. Wanneer een kind pleegouders
krijgt kan het, in plaats van voor
enkele dubbeltjes 12 uren per dag tapijten te knoopen,
naar school gaan, wat de hartewensch
is van alle Armeensche kinderen.
Het krijgt dan betere kleeding, beter voedsel
en is later in staat zich een levenspositie
te verwerven.
Met f 10.– per maand helpt men een kind
er voor goed boven op. Ook hier In Holland
hebben verscheidene "groote harten en
ruime beurzen" zich het lot van zoo'n kind
aangetrokken, maar hoeveel kleinen zien er
nog verlangend naar uit! En daardoor
dienen nu juist deze lezingen en tentoonstellingen
der werkelijk schitterende en
unique staaltjes van handwerkkunst, waardoor
ieder in staat wordt gesteld zijn deel – al
is het nog zoo gering – bij te dragen.
Giften voor deze doeleinden kan men ook
rechtstreeks zenden aan mej. Cato de Witte,
J. W. Frisostraat 38, Utrecht, postrekening
no. 18757, die ook reeds vereerd is geworden
met geldelijken steun van H.M. de
Koningin, van H.M. de Koningin-Moeder,
H.K.H. Prinses Juliana en Z.K.H. Prins
Hendrik.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

